Geiten doen zich naar buiten toe voor als beleefd en vriendelijk. Zolang het met hen goed gaat, zijn ze vrolijk en onbekommerd. men moet ze echter steeds aandacht en attentie geven, anders zou de schaduwzijde die in de nachtelijke ziel van ieder geit huist de overhand kunnen krijgen: hij mekkert zo graag, bekritiseert, zeurt en is met niets tevreden.

Bij vele geiten blijft deze schaduwzijde hun hele leven verborgen. Dan zijn ze de beste partners, de geweldigste echtgenoten en de loyaalste medewerkers. Dit is voor velen het bewijs dat de slechte punten van de geit alleen aan het daglicht komen wanneer hij slecht behandeld is en dus reden heeft om ontevreden te zijn. Zoals gezegd, men moet ze verwennen en aandacht geven en altijd op het goede tijdstip de juiste voeding toedienen.

Superieuren van geiten weten wat ze kunnen bewerkstelligen, dat ze de ziel van een bedrijf zouden kunnen zijn wanneer men ze maar in alle rust laat ploeteren en functioneren. Geiten kunnen veel doorstaan. Zij voeren uit wat door anderen bedacht is. Daar is niets op tegen. Alleen in het streven naar een carrière blijven ze meestal steken omdat ze zelf te weinig aandurven en aan de baan gehecht raken die men hun gegeven heeft.

Geiten worden daarom alleen bij uitzondering chef. Het beste zou zijn wanneer zij op het platteland of bij het bosbeheer op zoek gaan naar werk. Als ambtenaar ontwikkelen ze veel zitvlees, als handarbeider zijn ze zeer betrouwbaar. Ze werken in ingenieurs- en planbureaus en overal waar behoefte is aan medewerkers die logisch denken en dienovereenkomstig kunnen handelen.

Geiten zijn kunstzinnig aangelegd en neigen tot het schrijverschap, waarbij ze menig probleem van zich af kunnen schrijven. Ze zijn echter ook daar op hun plaats waar menigeen hen niet graag ziet: als huisvriend of beste vriendin.

Slechtste eigenschap van de geiten is dat zij maar moeilijk keuzes kunnen maken. Ze treuzelen vaak te lang en soms is de trein al vertrokken zonder Geit.

Zo is dat ook in de liefde. Geiten zijn zeer knuffelig wanneer ze eenmaal de persoon denken te hebben gevonden van wie zij zouden kunnen houden, want in eerste instantie weet een geit helemaal niets exact.

Ze proberen het met diegene die ze aan de haak geslagen hebben, maar wanneer zij erachter komen dat diegene slechts een luie vis is, gooien ze hem weer terug in de richting waar hij ook vandaan kwam.
Vinden geiten echter het verzorgde huis waarnaar ze al van jongs af aan verlangden, dan zullen ze opbloeien. Er moet een tuin bij zijn of een groot bos in de buurt. Geiten hebben uitloop in de natuur nodig, de eeuwig jonge natuur is het element waarin zij zich lekker voelen.

Geiten bieden graag de helpende hand, hun adviezen worden in alle levensfasen gewaardeerd. Ze zitten niet vast aan geld, maar ze kunnen het op waarde schatten als het zorgt voor een beetje welvaart en een nest waarin ze zich prettig voelen en hun familie kunnen verwennen.

Geit-vrouwen zijn de beste huisvrouwen en moeders. Men kan hun de boekhouding toevertrouwen en de huishoudkas zal altijd kloppend zijn. Ze zullen speciaal voor hun echtgenoot het huis prachtig inrichten.

In dit opzicht zijn geit-mannen en geit-vrouwen hetzelfde; ze kunnen vaak verliefd worden, maar hun hart kunnen ze maar één keer weggeven, omdat het pantser dat hen omgeeft gewoonweg te sterk is. Iemand die erdoorheen weet te breken, moet wel heel bijzonder zijn. Datgene wat het pantser om het hart van de gieten nodig heeft, is een groot inlevingsvermogen. Geiten zijn kwetsbaar, men moet ze met fluwelen handschoenen aanpakken, hun gemoedstoestand overzien, hun gebrekkige besluitvaardigheid door het nemen van snelle beslissingen opheffen.

Geiten houden van hen eigen thuis, maar ze zijn nooit helemaal tevreden. Niet over anderen en ook niet over zichzelf. Van het ene op het andere moment kan hun stemming omslaan.

Wanneer ze thuis zijn, kunnen ze plotseling de partner verwijten maken, dat ze nooit meer naar buiten komen en nergens meer heen gaan, niet meer dansen, niet meer naar het theater en niet naar de stamkroeg. Neemt de partner de geit dan mee uit, dan zal die zeggen dat het weliswaar erg geluk en gezellig is om eens naar buiten te komen, maar ook dat thuis toch met niets te vergelijken valt. Hun hele leven blijven geiten pessimisten. Hun optimisme spitst zich toe op vage hoop op het winnen van de lotto, op een nog mooier huis, enzovoorts.

Moed moet men bij de geit kweken, moed om sneller te handelen, vooral om meer te kunnen bereiken. Geiten moeten leren het leven te nemen zoals het is en niet aan dromen vasthouden die laten zien hoe het zou kunnen zijn. Ze zouden opener moeten zijn en hun hart ook eens op een presenteerblaadje moeten aanreiken. Maar dit zal betekenen tegen de eigen aard in.
De Geit:
Home